|
- NWO/GW Contractnummer 380-60-004
- Datum en locatie: 1 februari 2007, 10.00-13.30 uur, aula RACM Amersfoort
Aanwezigen: Reinier Baarsen (Rijksmuseum Amsterdam), Jos Bazelmans (RACM), Henk Berendsen (Universiteit Utrecht), Paul Copini (Universiteit Wageningen), Sjoerd van Daalen (BAAC), Jos Deeben (RACM), Bas van Geel (Universiteit van Amsterdam), Kristof Haneca (Universiteit Gent), Elsemieke Hanraets (RING), Robert van Heeringen (RACM), Henk Kars (Vrije Universiteit Amsterdam), Wim Hoek (Universiteit Utrecht), Esther Jansma (RACM/RING), Menne Kosian (RACM), Martijn Manders (RACM), Pauline van Rijn (BIAX), Caroline Schönefeld (RACM), Tamara Vernimmen (RING), Ronald Visser (OIO RACM/RING/VU), Milco Wansleben (KNAW/DANS), Henk Weerts (TNO)
1. Introductie
Na de ontvangst opent projectleider Esther Jansma om 10.30 uur de bijeenkomst. De ruim twintig aanwezigen van verschillende organisaties en onderzoeksdisciplines krijgen gedurende een ongeveer drie kwartier durende powerpoint-presentatie tekst en uitleg over het nieuwe en uitdagende project. Dit project beoogt om een goedwerkend datapakhuis en onderzoeksplatform voor cultuurhistorische boomtijdkunde op te zetten in Nederland en België, maar wellicht ook daarbuiten.
Er worden al decennia lang locatie- en objectgerichte dendrochronologische vragen gesteld vanuit de archeologie, bouwhistorie en kunst (datering van objecten), maar de onderzoeksmogelijkheden zijn in feite veel groter, met name als alle dendrochronologische data en metadata digitaal worden ontsloten op een wijze die rekening houdt met meer grootschalige en interdisciplinaire vraagstellingen. Het huidige NWO-project met een looptijd van acht maanden is hiervan het begin en heeft als einddoel het indienen van een vervolgaanvraag bij NWO in augustus 2007 (Investeringen Middelgroot). De komende vier maanden moet met name worden geïnventariseerd wat de gebruikerswensen zijn en wat de vigerende cultuurhistorische en -landschappelijke vraagstellingen zijn met betrekking tot hout en dendrochronologie. Hiertoe worden de deelnemers (en door hun aangedragen kandidaten) verzocht deel te nemen aan een of meerdere workshops die zullen plaatsvinden in maart 2007. Ter voorbereiding op de workshops worden de projectpartners gevraagd een vragenlijst in te vullen. Eind april volgt een plenaire bijeenkomst waarin de resultaten gepresenteerd worden (onderzoeksagenda, gebruikerswensen en inventarisatie datalacunes).
2. Discussie
Na de presentatie volgen direct een aantal praktische vragen en suggesties en wordt er ruim een halfuur gediscussieerd over databases, dataformats, gebruikersrechten en andere zaken.
Onderwijs
W. Hoek: Is er ook voorzien in een workshop “Onderwijs”?
E. Jansma: We hebben daarover getwijfeld, maar daar komt eind maart inderdaad een aparte workshop voor. Hij staat gepland voor 22 maart.
Centraal versus decentraal beheer
M. Manders: Hoe gaat zo’n database eruit zien qua organisatie en beheer?
E. Jansma: Wat ons betreft kiezen we voor een decentrale vorm van beheer en data-invoer, waarbij een soort ‘schil’ over de diverse op het netwerk aangesloten archieven ligt die het mogelijk maakt om tussen de aparte verzamelingen te manouvreren. Op deze wijze hoeft er straks niet ergens, bijvoorbeeld bij de RACM, een aparte medewerker aangesteld te worden die verantwoordelijk is voor alle datainvoer en beheer. Voortbestaan en onderhoud van (onderdelen van) de database zijn door een decentrale aanpak beter gegarandeerd en het is minder star dan een centralistische aanpak (er is plaats voor nieuwe initiatieven, collectietoevoegingen enzovoort).
Dataformats
H. Weerts: Maak goede afspraken over de te gebruiken dataformats!
M. Kosian: De meetreeksen moeten vooral compatibel zijn binnen het op te zetten systeem. Behalve over dataformats moet er ook overeenstemming komen over de wijze van presentatie van de metadata (die is voor verschillende disciplines vermoedelijk anders).
H. Weerts: Ja, houd rekening met de vorm en presentatie van de gegevens. Welke velden zijn er allemaal gewenst en welke zijn bijvoorbeeld verplicht om in te vullen?
S. van Daalen: Stop in ieder geval alle meetreeksen erin, in een formaat dat iedereen kan inlezen, zoals Excel.
M. Wansleben: Dan liever XML-formaat!
Afbeeldingen
E. Jansma: Vinden jullie dat er ook scans van de jaarringpatronen zelf in de database moeten?
W. Hoek: Dat is in ieder geval een goed idee voor het dendro-onderwijs.
H. Weerts: Ja, het geeft veel meer informatie.
Auteursrechten
M. Kosian: Krijg je geen problemen met auteursrechten?
H. Weerts: Daar kun je regels voor opstellen.
Verouderde en onzichtbare gegevens
J. Bazelmans: Hoeveel van dergelijke databestanden zijn er eigenlijk in binnen- en buitenland en zijn ze niet verouderd?
E. Jansma: RING beheert vele duizenden meetreeksen en heeft de conversie van de verouderde databestanden in deze verzameling met behulp van de heer Dooyes van het Computermuseum van de UvA inmiddels uitgevoerd. Wij zouden ook graag “verborgen” erfgoeddata in het buitenland, zoals de schilderijenmetingen van Kleijn, gaan ontsluiten. Binnen de context van een platform kan dat misschien eindelijk, bijvoorbeeld door gezamenlijke onderzoeksprojecten.
Presentatie van dendrochronologische gegevens
R. Baarsen: In de kunstwereld bestaat er eigenlijk nog geen idee van wat er gepubliceerd moet worden en op welke manier.
E. Jansma: Complete meetreeksen hoeven niet op papier gepubliceerd (daar heeft niemand wat aan), het gaat er meer om interessante vraagstellingen te beantwoorden met de nieuwe gegevens.
M. Wansleben: Zoek qua publicatie een gulden middenweg.
E. Jansma: Je zou verwijzingen kunnen opnemen naar een website waar de feitelijke meetreeksen staan.
Samenwerking met andere data-instellingen
H. Kars: Ik zou me niet op voorhand bij het denken over samenwerking met data-instellingen beperken tot DANS (een aanvraag voor DANS moet alleen aan bepaalde eisen voldoen).
Koppeling met andere digitale omgevingen en databases
H. Weerts: denken jullie op tijd aan een koppeling met andere databases of GIS-systemen zoals die van Alterra, over bodemkunde?
Coördinaten
W. Hoek: Ik voorzie een probleem met de opgave van coördinaten (daar zijn verschillende systemen voor).
M. Kosian: Neem voor elke vindplaats ook de internationale coördinaten op.
S. van Daalen: Wordt er een onderscheid gemaakt tussen vindplaats en groeiplaats?
E. Jansma: Uiteraard, dat is heel belangrijk.
Chronologische restricties
K. Haneca: Komt er binnen de database een afgrenzing van het onderzoek qua periode en gebied? Ik zou namelijk ook graag data van levende bomen opnemen.
E. Jansma: Wij hebben ook al data van levende bomen in onze huidige database (o.a. van het onderzoek door M. Domínguez Delmás en U. Sass-Klaassen), dus geen probleem.
De biografie van gegevens
R. van Heeringen: Ik ben een voorstander van een beschrijving van de geschiedenis van de samenstelling van deze database, dus dat je bij alle groepen data aangeeft wanneer, waar en door wie ze zijn verzameld (met welk doel) en wat er eventueel aan ontbreekt (datalacunes). Dat moet je vanaf het begin goed bijhouden. Over de gewenste metagegevens voor de nieuwe database moet nu goed worden nagedacht.
W. Hoek: De ideale structuur bestaat niet; je moet oud onderzoek niet in z’n geheel willen inpassen (dat is zinloos).
H. Berendsen: Maak een geheel nieuwe (moderne) structuur en pas de oude data erop aan: niet andersom!
Ongedateerde meetreeksen
M. Manders: Wat gebeurt er met alle ongedateerde reeksen?
E. Jansma: Die komen uiteraard in het archief en kunnen continue opnieuw gecheckt worden. Sinds we bij RING een werkende en gevulde database hebben kunnen we d.m.v. een query ook makkelijk selecteren op ongedateerde data.
Archief of archief plus analytische tools?
S. van Daalen: Gaan jullie analytische mogelijkheden zoals synchronisatie met kalenders ook automatisch inbouwen in de nieuwe database, zodat je online kunt dateren?
M. Kosian: Houd dit liever gescheiden, anders krijg je allerlei problemen, bijvoorbeeld met verouderde versies van dateringsprogramma’s.
M. Wansleeben: Je zou een aparte webservice op kunnen zetten voor dateringen.
Samenstelling van de projectgroep
R. Baarsen: Betrek ook schilderijrestauratoren in het project (die zijn nu niet vertegenwoordigd). Paul van Duijn zal jullie een lijst van deze mensen sturen.
3. Afsluiting
Aansluitend aan de discussie, om ongeveer 12.00 uur, is er lunch. Tijdens de lunch krijgen geinteresseerden een korte demonstratie van de huidige versie van de RINGdatabase. Om ongeveer 13.00 uur sluiten we af.
|