|
Wanneer archeologisch en bouwhistorisch hout wordt aangeboden ter datering, maken de RING-medewerkers eerst een selectie van bruikbare houtmonsters. Op verzoek verzagen zij het hout tot werkbare afmetingen. Vervolgens snijden zij de kopse kant van het hout zo bij, dat de celstructuur van de afzonderlijke jaarringen zichtbaar wordt. Zo nodig wordt de houtstructuur met krijtpoeder beter leesbaar gemaakt.
Hierna worden de jaarringen met behulp van een microscoop en meettafel in honderdste millimeters opgemeten. De meetwaarden komen automatisch in de computer terecht.
Datering van de curve gebeurt zowel met behulp van de computer (statistisch) als visueel. De onderzoeksresultaten worden in een rapport samengevat. Het rapport bevat behalve de eventuele datering van het hout ook een interpretatie van de datering, een statistische verantwoording, grafieken van de patronen en gebruikte standaardkalenders en literatuurverwijzingen naar de kalenders. Mocht het onderzoek leiden tot een duidelijke herkomstbepaling van het hout, dan wordt dit in het rapport vermeld.
Als het hout niet gedateerd kan worden, bevat het rapport een korte evaluatie van de mogelijke redenen waarom het hout ondateerbaar is. |

Met krijt behandelde doorsnede van een eik uit het eerste millennium v.Chr.

Visuele match tussen twee jaarringpatronen |