| Hout en andere organische materialen blijven in gunstige omstandigheden, zoals onder de grondwaterspiegel, vaak goed bewaard. In de bodem van ons natte land ligt daardoor veel informatie besloten over de vroegere bewoners en hun leefomgeving. Ook de gebouwde omgeving beval een overdaad aan ‘oud’ hout. In oude gebouwen vinden we dit terug in vloeren, trappen, steunbalken en dakconstructies. En tenslotte is er veel beeldende kunst en meubilair gebruikt gebleven waarvoor hout is gebruikt.
Vaak wordt het erfgoed gedateerd op grond van geassocieerde vondsten (archeologie) en stilistische kenmerken (gebouwen, voorwerpen). De dendrochronologie maakt echter alleen gebruik van de microscopische eigenschappen van het hout. Het is dus een onafhankelijke dateringsmethode.
De meest gestelde vraag aan dendrochronologen is die naar de ouderdom van houten voorwerpen. Pas wanneer men precies weet wanneer een schip werd gebouwd of een weg werd aangelegd, kan men zo'n vondst interpreteren in zijn chronologische en culturele samenhang met andere vondsten. Bij beeldende kunst kan een dendrochronologische datering inzicht opleveren in de authenticiteit van het object. Ook kunnen kopieën (bijvoorbeeld schilderijen) waarvan de precieze ouderdom niet of onvoldoende nauwkeurig bekend is, op deze wijze in de tijd worden geplaatst. |

Romeinse rivierpraam 'De Meern 1' (foto RACM 2003) |