Heel interessant bij het onderzoek naar gebruikshout van vroeger is dat een datering ook kennis oplevert over het gebied waar de boom groeide. Jaarringkalenders beschrijven namelijk niet álle groei van álle bomen in oneindig grote gebieden, maar hebben een beperkt geografisch bereik. Ze beschrijven de reactie van een specifieke boomsoort op een specifieke combinatie van groeiomstandigheden zoals bodemsoort en weersomstandigheden.
Mensen haalden hun gebruikshout vaak op enige afstand van de plek waar we het hout uiteindelijk terugvinden. Zeker in Nederland, dat al vanaf rond 1000 n.Chr. toch grotendeels ontbost was. We willen graag weten hoeveel moeite mensen deden om aan hun materiaal te komen, en ook met welke andere streken zij contact onderhielden.
Door de patronen in gebruikshout met allerlei jaarringkalenders te vergelijken, krijgen we daar een antwoord op: het hout moet afkomstig zijn uit de omgeving van die jaarringkalenders die het sterkst op het onderzochte patroon lijken. Omdat we ook de geografische herkomst van de gebruikte kalenders goed kennen, weten we bij een dendrochronologische ‘match’ ook waar het hout precies vandaan kwam. |