Sinds de jaren 80 dateert men in Nederland eikenhout. Sinds enkele jaren wordt ook succes geboekt met es en iep, beuk, grove den en zilverspar.
Eik
Eikenhout (Quercus robur en Quercus petraea) wordt zowel in archeologische opgravingen als bovengrondse monumenten aangetroffen. Ook is deze houtsoort veel gebruikt voor meubels en kunstvoorwerpen (panelen). In Nederland toegepast eikenhout is goed dateerbaar, mede dankzij de standaardkalenders uit Nederland, België, Duitsland, Engeland, Frankrijk, het Baltische gebied en Scandinavië waarover men hier. Tezamen bestrijken deze kalenders de periode van 6025 v. Chr. tot heden.
De datering van eikenhout is, in het gunstigste geval, al mogelijk met slechts één monster. Voorwaarde is wel dat voldoende (minimaal 70, maar liefst 100 of meer) jaarringen op het monster aanwezig zijn. Met meerdere stukken hout uit dezelfde context neemt de kans op een succesvolle datering aanzienlijk toe.
De precisie van de datering is afhankelijk van spinthout (‘levend hout’) dat eventueel aanwezig is op het monster. Indien de buitenste spinthoutring (de wankant) van de boom gemeten kan worden, resulteert dit in een datering die op het jaar precies is: de kapdatum. Als het spinthout niet compleet is, kan er op basis van spinthout-statistieken wel een schatting worden gemaakt van het aantal missende ringen. Dit resulteert in een vermoedelijke kapdatum, met een marge van 10 tot 16 jaar. Indien geen spinthout aanwezig is op het monster, maar alleen kernhout, kan er hooguit een terminus post quem datering gegeven worden van de veldatum.
Es en Iep
In bijvoorbeeld Romeinse wegen en beschoeiingen is naast eikenhout vaak ook es (Fraxinus excelsior) en iep (Ulmus spec.) gebruikt.
De jaarringpatronen in het essen- en iepenhout vertonen soms sterke overeenkomsten met die van het eikenhout. Dit maakt het mogelijk es en iep te dateren.
Een belangrijke voorwaarde voor datering is wel dat er meerdere houtmonsters van deze soorten voor het onderzoek ter beschikking worden gesteld, liefst in combinatie met monsters van eikenhout uit dezelfde context.
Es en iep hebben geen spinthout. Voor een precieze kapdatum is het dus belangrijk dat de laatstgevormde jaarring, die zich pal onder de bast bevindt, nog op het hout aanwezig is. Uit de datering van die ring volgt dan de kapdatum. Als deze ring niet aanwezig is, volgt in het beste geval eenterminus post quem datering.
Beuk
Beukenhout (Fagus sylvatica) is onder andere aangetroffen in een recent opgegraven historische scheepswerf in Amsterdam. Door de patronen van het hout te vergelijken met eiken standaardkalenders, kon het hout gedateerd worden in de zestiende en zeventiende eeuw.
Beuk heeft geen spinthout. Voor een precieze kapdatum is het dus belangrijk dat de laatstgevormde jaarring, die zich pal onder de bast bevindt, nog op het hout aanwezig is. Uit de datering van die ring volgt dan de kapdatum. Als deze ring niet aanwezig is, volgt in het beste geval een terminus post quem datering.
Grove den
In schepen en gebouwen uit de zeventiende eeuw en later is vaak grenenhout (Pinus sylvestris) verwerkt.
Het lukt soms om deze houtsoort te dateren, maar dan alleen wanneer meerdere stukken hout uit dezelfde context in het onderzoek worden betrokken.
Bij het dateren worden standaardkalenders van grove den gebruikt uit Denemarken, Duitsland, Finland, Noorwegen, Polen, Zweden en Zwitserland.
Grove den heeft spinthout. Maar het aantal spinthoutringen is zeer variabel, zelfs binnen een enkel stuk hout kunnen grote verschillen optreden.
Wanneer het spinthout op een houtmonster niet compleet is tot en met de laatst gevormde jaarring onder de bast, kan het wel aanwezige aantal spintringen daarom niet gebruikt worden om de kapdatum te schatten.
Zilverspar
Dennenhout (Abies alba) is te vinden in dertiende-eeuwse historische monumenten en in Romeinse vindplaatsen, en laat zich probleemloos dateren. In tegenstelling tot andere houtsoorten geld hier dat een houtmonster maar over 40 ringen hoeft te beschikken, om dateerbaar te zijn.
Zilverspar heeft geen spinthout. Voor een precieze kapdatum is het dus belangrijk dat de laatst gevormde jaarring, die zich pal onder de bast bevindt, nog op het hout aanwezig is. Uit de datering van die ring volgt dan de kapdatum. Als deze ring niet aanwezig is, volgt in het beste geval een terminus post quem datering.
|

Jaarringen in eikenhout (groeirichting van links naar rechts). In deze jaren werd de groei van de boom niet gehinderd door extreme omstandigheden.

Deze jaarringen in eikenhout (groeirichting van links naar rechts) tonen de effecten van extreme groeibeperkende factoren; enkele ervan zijn niet
breder dan een enkel voorjaarsvat (0,1 mm).

Jaarringen in essenhout (groeirichting van links
naar rechts).
Jaarringen in iepenhout (groeirichting van links
naar rechts).

Jaarringen in beukenhout (groeirichting van links
naar rechts).

Jaarringen in grove den (groeirichting van links
naar rechts)

Jaarringen in dennenhout (groeirichting van links naar rechts). |