Hoe exact de dendrochronologische methode ook is, het is belangrijk om bij de interpretatie van een datering wat slagen om de arm te houden. Een dendrochronologische datering is namelijk per definitie een terminus post quem datering; de kapdatum van een boom geeft het vroegst mogelijke jaar aan, waarin een stuk hout kan zijn verwerkt. Zo’n datering vertelt niet wanneer dit precies gebeurd is.
Er is reden om aan te nemen dat de verwerking van bouwhout over het algemeen snel gebeurde. Onderzoek naar monumenten in Duitsland heeft uitgewezen dat 67% van het gebruikte bouwhout in dat land binnen een enkel jaar na de kap werd verwerkt, 29% in het tweede jaar na de kap, en dat bij 4% de toepassing meer dan twee jaar op zich liet wachten. Men gaat ervan uit dat dit ook voor Nederland geldt. Deze aanname wordt ondersteund door de observatie dat veel in Nederland toegepast bouwhout ten opzichte van de oorspronkelijke doorsnede (vierkant of rechthoekig) vervormingen vertoont. Dit wijst erop dat het hout nog nat was toen het werd verwerkt. In gevallen waarin de bast nog aan het hout aanwezig is (zoals bij elementen van de kap van de centrale bouw van Abdij Rolduc, Kerkrade), kan men met zekerheid concluderen dat het hout direct na de kap is verwerkt. |

|